
De rivier van gevoelens
Leren voelen zonder te verdrinken
Soms voel je meer dan je hebben kunt en lijkt het alsof je emoties het van je overnemen. Alsof je je verdriet, pijn, angst, maar ook je geluk bént. En dat is niet zo.
Je bent niet wat je voelt, net zo min als je bent wat je denkt. Emoties en gedachten bewegen door je heen. Ze komen en ze gaan. En zolang de bedding van jouw rivier van gevoelens stevig genoeg is, kun jij je emoties dragen. Is die bedding voor een bepaalde emotie nog niet breed genoeg, dan kun je het gevoel krijgen dat je als een vis op het droge naar adem ligt te happen.
De rivier die door je heen stroomt
Stel je eens een prachtige rivier voor die door een landschap stroomt. Soms stroomt het water rustig, soms wat sneller. Er zijn plekken waar de rivier breed is en het water alle ruimte heeft. En er zijn plekken waar het water zich door een nauwe doorgang moet persen.
Soms is het water helder en kun je tot op de bodem kijken. En soms is het troebel en zie je niet wat zich onder de oppervlakte bevindt.
Zo kun je ook naar je gevoelens kijken. Of emoties, want hoewel we die woorden vaak door elkaar gebruiken, zijn gevoelens en emoties niet helemaal hetzelfde.
Je emoties zijn voortdurend in beweging. Je kunt 's morgens opgewekt wakker worden en een uur later geïrriteerd zijn omdat iemand iets tegen je zegt wat je raakt. Je kunt verdrietig zijn en vijf minuten later toch ergens om lachen. Je kunt heel veel van iemand houden en tegelijkertijd boos op die persoon zijn.
Daar is niets mis mee. Emoties zijn energie in beweging. Emoties en gedachten ontstaan door het leven zelf. Je ontkomt er niet aan.
Je kunt de rivier van gevoelens ook voorstellen als een bewustzijnsstaat. Een staat waarin het prettig is, rustig maar zeker niet saai. Want ook rivieren kennen ongekende diepten. Hoe meer je getraind bent in het doorvoelen van je emoties, hoe steviger de oevers worden en hoe dieper de rivier kan worden. Je kunt dan steeds meer voelen zonder jezelf erin te verliezen.
Niet iedere emotie heeft dezelfde bedding
Een menselijke behoefte is genieten. We willen ons goed voelen. Gelukkig zijn. Ontspannen. Verliefd. Enthousiast. Zelfverzekerd.
En het liefst ervaren we zo weinig mogelijk verdriet, angst, schaamte, jaloezie of boosheid.
Je zou kunnen zeggen dat we plezier moeiteloos door de rivier laten stromen. Daar hebben we vaak een stevige bedding voor. Met andersoortige gevoelens hebben we meer moeite. Daar is de bedding soms nog te smal of te ondiep.
Het probleem is dus niet dat we emoties hebben. We ervaren problemen wanneer de bedding voor een bepaalde emotie onvoldoende ruimte biedt. Misschien kun je prima omgaan met angst, maar weet je je geen raad met verdriet. Of kun je gemakkelijk huilen, maar vind je het ontzettend moeilijk om boos te worden.
Iedere emotie vraagt om haar eigen bedding. Binnen de taoïstische leer worden de vijf Yin-organen bovendien verbonden met verschillende emoties en kwaliteiten. Ook vanuit die gedachte vraagt iedere emotie om aandacht en ruimte.
Als baby hadden we weinig moeite om onze emoties te laten zien. Als we verdrietig waren, huilden we. Als we boos waren, lieten we dat merken. En als we blij waren, kon iedereen meegenieten.
Maar gaandeweg leer je dat niet al je gevoelens even welkom zijn. Misschien kreeg je na een pijnlijke val te horen dat je je niet zo moest aanstellen. Dat echte mannen niet huilen. Of dat je niet zo chagrijnig moest doen.
Misschien werd je uitgelachen omdat je bang was. Of kreeg je het gevoel dat jouw enthousiasme overdreven was. En soms hoeft niemand iets te zeggen. Je voelt gewoon dat er voor bepaalde emoties geen ruimte is.
Daarom proberen we invloed te krijgen op onze emoties. Je gaat je inhouden en past je aan, omdat je erbij wilt horen. Je wilt gezien en gehoord worden en je geliefd voelen. Dat willen we allemaal.
En als die onderdrukte emoties toch naar boven komen, en je ze misschien ook nog uitleeft, komen daar vaak schuldgevoelens en schaamte bij.
Maar bedenk dat dit is hoe iets in jou het tot nu toe heeft gedaan. En dat heeft je tot hier gebracht. Het heeft dus geen zin om jezelf te veroordelen omdat je bepaalde emoties hebt, hebt onderdrukt of niet meer gemakkelijk kunt toelaten.
Misschien merk je dat je nauwelijks boos kunt worden, zelfs wanneer iemand over je grenzen gaat. Of dat je voortdurend sterk blijft, terwijl je eigenlijk behoefte hebt om eens flink te huilen of wel wat hulp kunt gebruiken.
Misschien heb je geleerd om alles weg te lachen. Dat was bij ons thuis bijvoorbeeld de gewoonte.
Of word je heel druk en ga je zeven dagen in de week werken, zodat je geen tijd hebt om te voelen.
Soms is het verstandig om je emoties tijdelijk te parkeren. Het is niet altijd handig om midden in een onderhandeling in tranen uit te barsten. Het gaat erom of je later weer contact kunt maken met die emotie. Of je alsnog ruimte kunt maken voor je verdriet, angst of boosheid, zodat je die kunt doorvoelen.
De oevers van de rivier
Zonder oevers zou de rivier overal naartoe kunnen stromen. Dat klinkt misschien als ultieme vrijheid, maar het kan ook behoorlijk ontwrichtend zijn.
Stel dat je boos wordt en die boosheid onmiddellijk op iedereen afreageert. Of dat je zo verdrietig bent dat je helemaal niet meer kunt functioneren.
Je emoties worden dan als een storm die je meesleurt. En als de storm luwt, ben je uitgeput, maar nog niets opgeschoten. Je ligt als een vis op de oever te spartelen omdat je wel veel gevoeld hebt, maar je emoties niet echt hebt doorvoeld.
Want een emotie uitleven of doorvoelen zijn twee verschillende dingen
Doorvoelen betekent dat je aanwezig kunt blijven bij je emoties. Je voelt wat er in je gebeurt, zonder dat je het hoeft weg te drukken of er onmiddellijk naar hoeft te handelen. Je geeft de emotie de ruimte om door je heen te bewegen.
Dat kan alleen wanneer je voldoende bedding hebt. En die bedding verstevigen doe je door te trainen.
Dat begint met het besef dat je niet je emotie bént, maar dat een emotie door je heen beweegt. Dat schept net even wat meer afstand. Er ontstaat ruimte om waar te nemen wat er in je gebeurt.
Stel je nu eens voor dat je een vis bent die in het midden van de rivier zwemt.
Daar is het comfortabel. Het water stroomt, je beweegt mee en je hebt alle ruimte. Een gedachte kan gedacht worden en een emotie kan gevoeld worden.
Maar dan gebeurt er iets wat je raakt. Iemand zegt iets, je voelt je afgewezen of er komt een oude herinnering naar boven. Er ontstaat een emotie die steeds meer lading krijgt.
Als de bedding voor die emotie nog onvoldoende ruimte biedt, word je langzaam richting de oever gedreven.
En daar begint je training.
Want zolang je nog in de rivier zwemt, kun je leren om aanwezig te blijven bij wat je voelt. Je merkt op dat de emotie sterker wordt. Je voelt misschien spanning in je buik, druk op je borst, een brok in je keel of warmte in je gezicht. Je ademt, ontspant waar dat mogelijk is en blijft met je aandacht bij jezelf.
Zo geef je de emotie de ruimte om zich te ontladen, terwijl je in de rivier blijft.
Lukt dat nog niet, dan kan de emotie je uiteindelijk overnemen. Je wordt meegesleurd en belandt op de oever. Dat kan zich uiten in een woedeaanval, paniek of het gevoel dat je verdrinkt in je verdriet.
Eenmaal op het droge is er nauwelijks ruimte meer om te oefenen. Je bent vooral bezig om weer lucht te krijgen.
Je trainingsruimte bevindt zich dus tussen het midden van de rivier en de oever
Hoe eerder je herkent dat je richting de oever beweegt, hoe meer ruimte je hebt om iets anders te doen dan je gewend bent.
Soms is dat even stoppen met wat je aan het doen bent. Dat je rust neemt, steun zoekt of afstand neemt van de situatie. Je hoeft jezelf niet te dwingen om een emotie te blijven voelen als die je overspoelt.
Door steeds opnieuw te oefenen, wordt je bedding steviger. De rivier kan breder en dieper worden. En je ontdekt dat je veel meer kunt voelen dan je dacht, zonder erin te verdrinken.
Wat heeft de rivier van gevoelens met seksualiteit te maken?
Misschien vraag je je af wat deze rivier van gevoelens met seksualiteit te maken heeft.
Nou, ontzettend veel.
Want seksualiteit gaat niet alleen over opwinding en genot. Het gaat ook over veiligheid, vertrouwen, kwetsbaarheid, schaamte, verlangen en grenzen.
En wat gebeurt er wanneer je hebt geleerd om bepaalde gevoelens weg te stoppen?
Dan kan het lastig worden om tijdens intimiteit werkelijk te voelen wat je wilt. Om jezelf überhaupt toestemming te geven om te voelen of je iets wel of niet fijn vindt.
Sommige mensen komen niet eens meer op dat idee. Ze hebben zich zo lang aan alles en iedereen aangepast dat ze zelf nauwelijks meer weten wat ze fijn vinden. Of dat ze grenzen mogen aangeven.
Dan ga je door met vrijen omdat je de ander niet wilt teleurstellen. Je ontvangt niet langer, maar je verdraagt.
Of je durft niet goed te laten zien wat je fijn vindt, omdat je bang bent voor een oordeel.
Misschien voel je wel verlangen, maar durf je je er niet aan over te geven. Of merk je dat je dichtklapt zodra iemand echt dichtbij komt.
Dan wordt seksualiteit iets wat je probeert goed te doen, in plaats van iets wat je van binnenuit beleeft.
En dat is waarom het ontwikkelen van je gevoelsbewustzijn zo belangrijk is. Wat mij betreft nog belangrijker dan het trainen van je seksuele energie.
Want wanneer je beter leert voelen, kun je ook beter ontdekken wat je nodig hebt.
Wanneer wil ik dichterbij komen?
Wanneer heb ik ruimte nodig?
Wanneer voelt iets werkelijk goed?
En wanneer ga ik over mijn grens?
Hoe steviger de bedding van jouw rivier van gevoelens wordt, hoe meer ruimte er ontstaat voor alles wat je kunt ervaren. Voor verdriet en boosheid, maar ook voor verlangen, opwinding, intimiteit en genot.
Je hoeft dan niet bang te zijn voor wat je voelt. Je leert jezelf steeds beter kennen en ontdekt dat je veel meer kunt dragen dan je dacht.
Bemin Jezelf.











